Zorgverzekering

Na al een tijdje het idee te hebben gehad dat mijn tandarts er enigszins met de pet naar gooide, ben ik op zoek gegaan naar een andere. En daar kreeg ik ook de bevestiging. Dit was niet zoals het zou moeten. Met het gevolg: de nieuwe tandarts stelt voor enige renovatiewerkzaamheden te doen. Met een prijskaartje. In 2009 een deel en een ander deel in 2010. “Dan schroef je gewoon je verzekering iets omhoog en doen we dan de rest”. Appeltje-eitje dacht dit meisje.

Dus je zoekt een beetje rond, ik wil namelijk ook een betere dekking voor alternatieve geneeswijzen. En uiteindelijk krijg je toch het idee dat het handiger is om gewoon bij je eigen verzekering te blijven. Over de telefoon vraag je na over de tandartsuitbreiding. Ja, bij een bepaald bedrag moet er een tandartsverklaring komen.

Eh….daar raak ik de weg kwijt. Ik neem toch niet voor niets zo’n hoge vergoeding? Als mijn gebit goed zou zijn, zou dat niet nodig zijn… Ik vraag aan de dame wat daarin staat. En ze heeft het over kronen en bruggen enzo. Niets van dat alles bevindt zich in mijn mond. Ik vraag maar even na:”joh…en gaatjes vullen? is dat nog een probleem?”. Ze verwachtte van niet, maar ze zou het formulier wel even naar me toesturen…

Maar in de tandartsverklaring moet je doodleuk aangeven of je verwacht het komende jaar meer dan 4 gaatjes te moeten laten vullen…

En dus ben ik weer terug bij af… *zucht*

De weg naar huis…

Ik kon me niet herinneren dat dat stuk naar huis toe zover fietsen was. Meerdere keren ontwaakte ik uit het constante denken en ontdekte ik dat ik nog maar op het Mercatorplein was, of bij het Randstad gebouw. En jeetje…”Ben ik nu pas op dit kruispunt?”. Hoe anders was dit als de vorige weken, waar ik thuis was voor ik er erg in had.

Onderweg schoot van alles door mijn hoofd. Hoe het anders was dan ik twee nachten eerder had gedroomd. En nu fietste ik naar huis:”Ik kan het wel!”. Om een paar meter verder te denken:”Toch?”. Tja, zij zijn de experts. Waarom zou ik aan het oordeel twijfelen? En ondertussen kwamen er constant andere gedachten langs:”Stomme doos, je hebt ook veel te lang gewacht” en “Wees dan toch ook niet zo’n schijterd!”.

Te laat gepiekt. Als je het al een piek kunt noemen. Te gestresst “het willen kunnen”. Te bang om op je bek te gaan. Te onzeker of je het wel goed doet. Te bevroren, niet wetend hoe het dan wel goed is. Voor mij zo ongrijpbaar en dus frustrerend. “Gewoon doen en niet nadenken,” was het advies wat ik mezelf ook al vele keren had gegeven. Maar wat eenvoudiger klinkt dan dat je het uitvoert. Ondertussen probeerde ik van alles, maar was het vooral niet zoals het de bedoeling was….

Excuses om goed te praten dat ik ook in mijn eigen ogen was gezakt. Boos en teleurgesteld, maar niet alleen in mezelf. “Ik kan het verdorie wel! Waarom zien ze dat niet?”. Gefrustreerd omdat het maar 8 weken waren, waarin je het moet laten zien. Dat ik voor mijn gevoel een valse start had gemaakt. Dat ik mezelf niet veilig voelde. Dat ik afwachtende henkie werd. De kat uit de boom ging kijken en vergat dat de tijd beperkt was. En die tweede kans, die had ik zo graag gekregen.

Ik kan mezelf wel voor mijn kop slaan, maar had waarschijnlijk niets aan deze keer kunnen veranderen. Hoe zuur ook. Ik begon het echt geweldig te vinden en werd behoorlijk fanatiek. Maar het bleef onveilig en eng. Na elke les barstte ik van de goede voornemens voor de volgende keer. “Dan ga ik reageren op wat de ander zegt….echt!” en “Volgende keer ga ik niet zo afwachten”. De volgende les…..*niets*.

Ik ben ergens gewoon niet goed in. En het irriteert me mateloos! Want zo moeilijk lijkt improvisatie niet… maar is het dus wel.

Iets…

Soms, totaal onverwacht, heb je ineens zin in iets. En dat iets dringt zich op.

Je staat op van de bank. Loopt naar de keuken. Opent de koelkast. Teleurgesteld kijk je naar het pak melk en de hutspot van morgen. Hier ga je “iets” niet vinden. Dan de keukenkastjes maar open. Tegen beter weten in dan. Want je weet natuurlijk allang dat ook daar niets is.

Ik neem toch maar een slok melk en draai me om. Kruip op de bank en begin te zappen. Hoewel het wel afleidt, merk ik bij het eerstvolgende reclameblok dat de honger naar “iets” nog niet gestild is. Onrustig besluit ik dan maar naar toilet te gaan. Maar hierna ben ik nog net zo onrustig als ervoor.

Twitter dan? In de lange lijst staan geen berichten die mij prikkelen. “Waarom had ik de laptop ook alweer open?”, denk ik. Ik open telegraaf.nl op de automatische piloot. En vergeet blijkbaar even dat hyves ook niet meer is wat het geweest is. Het standaard riedeltje websites open ik wel maar lees ik eigenlijk al niet eens. Dit is het niet…

En zo ben ik in de macht van iets. Dat je zin hebt in iets, behoefte aan iets. Maar eigenlijk niet weet wat precies dan. En inmiddels weet ik dat er maar weinig is wat daar tegen helpt.

Een tukkie doen helpt. Gewoon even je ogen dicht, als het je lukt. Maar het wordt wel draaien en doen. Een tijdelijke oplossing. Je wordt wakker met nog meer zin in iets.
Naar het tankstation gaan en chocola kopen helpt. Vervolgens ben je misselijk en is het rustig in je hoofd. Een uur of wat later heb je weer zin in iets.

Nee, waarschijnlijk is het enige wat echt helpt de deur uit gaan. Jezelf een beetje verwennen. De behoefte aan iets is gewoon even die aai over je bol die je nodig hebt. In je eentje of samen. Iets kan een massage zijn of gewoon een drankje in een bruin cafe. En geen zin om de deur uit te gaan? Soms kan een uitgebreide warme douchebeurt ook prima voldoen aan je behoefte….

Laat de dwangbuis maar komen!

“Is ze depressief ofzo?”, vroegen ze zich af. In de kou en soms nog in een beetje regen ook stonden ze waar ik normaal ook zou hebben gestaan. Ik werd vermist en ze maakten zich zorgen:”Gaat het wel goed met haar?”. Ze waren in shock en er werd een telefoontje gepleegd. “Nee, ik kom echt niet”, zei ik…

Ik had mijn buik er vol van. De chaotische voorbereiding had mijn laatste beetje vertrouwen in een goede afloop weggenomen. Je zou zien dat ik meer spijt zou krijgen van wel gaan, dan van niet gaan. De keuze was dan ook redelijk simpel:”Ik ga niet!”.

Om een uur of 1 was ik er dan eindelijk. Opgelucht werd ik ontvangen….”Je bent er toch….gelukkig…kom er bij”. Ik moest uitleggen dat dat niet mijn plan was. Ik wilde heel gezellig blijven staan kletsen, maar ik kwam er niet bij. Ik moest er niet aan denken. Misschien een heel klein beetje wel, ergens ver weg. Maar het idee dat ik door die keuze te maken direct ook een keuze zou maken voor chaos en stress. “Nee dank je, heel lief, maar ik doe het vandaag anders”

De stress was vanaf de eerste minuut ruim voelbaar. De rij was meerdere keren verplaatst en de volgorde was al helemaal verdwenen. Mensen die om 12 uur waren aangekomen stonden voor de mensen die er de hele nacht hadden geslapen. En nee, die wilden niet weg:”We gaan ook naar Robbie hoor”. De andere kant van het hek zou voor mij betekenen dat ik zou exploderen. En dit was nog maar het begin!

Teveel gedoe. Er waren prijswinnaars van 538…en mensen die handen vol geld hadden betaald voor het kaartje door een telefoonabo te nemen. Mijn rechtvaardigheidgevoel vindt dan dat de mensen die er het meest voor over hebben gehad, de meeste rechten zouden moeten hebben. En niet dat de prijswinnaars als eerste naar binnen zouden mogen. Of in ieder geval dan dat de mensen op volgorde van hoe lang ze al staan te wachten naar binnen gaan.

Maar nee, een Mojo boeit dat blijkbaar niet. Voorkruipers, duwen en trekken….Zolang er niet gevochten wordt, is alles geoorloofd. “Het is een kleine lokatie, iedereen staat vooraan”. Echt, waarom wil zo’n organisatie het nou niet begrijpen. Dat er mensen zijn die fanatiek voor de eerste rij gaan. En dat is dan dus niet de tweede rij. En dat als je een hele nacht ligt te wachten, je je vreselijk genaaid voelt als iemand die 12 uur ‘s middags aan komt kakken, voor je staat. Als zo’n beveiligingsteam het al niet boeit of het eerlijk gaat. Waar kun je dan nog op vertrouwen als fan? Wie regelt het dan wel goed?

Ik stond niet in de rij en zelfs nu kan ik me vreselijk opwinden. Een verstandige keuze dus. Mijn haren staan recht overeind bij het idee dat de hardste roeper toch altijd weer alles voor elkaar krijgt. Maar wat doe je ertegen? Zelf gewoon niet meer gaan? Of zelf ook heel hard gaan roepen? Ik hoop altijd maar dat boontje om zijn loontje komt en dat karma een bitch is.

Misschien volgende keer maar wel gewoon ook voorkruipen in de rij als me dat aangeboden wordt. Of toch alvast via de achteringang naar binnen sneaken als iemand de deur niet goed achter zich dicht doet. Want de eerste rij bij Robbie heb ik echt wel gemist. En de stress niet, dacht ik…maar blijkbaar komt die later alsnog.

Genieten!

Als je mij kunt laten grijnzen, ben je grappig…
Als je mij kunt laten klappen, maar niet uit beleefdheid, ben je goed…
Als je mij de tijd kunt laten vergeten, ben je geniaal…
Als je mij kippenvel kunt bezorgen, ben je oprecht gevoelig…
Als je mij hardop kunt laten lachen, ben je grandioos…
Als je mij dat zelfs constant kunt laten doen, verdien je je staande ovatie en meer…
Als je mij kunt laten verlangen naar meer, elke minuut van de show, dan ben je Jochem Myjer….

Niet denken maar doen!

Transitie en verandering. Opleving, piekmoment, stuiptrekking of weg omhoog? Lange weg of korte weg, en waar sta ik op die weg? Of lig ik misschien, face down, vuisten gebald, beukend tegen het asfalt. Gefrustreerd als een klein kind dat niet meer klein kind kan zijn als zij dat wil? Zich niet realiserend dat blote vuisten het nooit zullen winnen van asfalt…