Sardinië, eeuwige liefde!

Nu ik alweer een tijdje op mijn luie gat in Nederland zit, wordt mijn vakantie in Italie met de dag mooier en fijner. Tijdens de bijna twee weken dat ik weg ben geweest, kon ik elke dag een klein beetje meer ontspannen. Door drukte op het werk, zat ik in Genua met nog behoorlijk wat onrust in mijn hoofd. En ik zou iedereen adviseren wat ik vervolgens heb gedaan. Een nachtje doorbrengen op een boot van Genua naar Sardinie!

Het constante geronk van de motoren, de zeewind over je lijf als je over het dek loopt, het geweldige uitzicht en het heerlijk warme zonnetje. Ik ben met een boekje op een rustig plekje op het dek gaan lezen. De boot was niet zo bekend met toeristen. Het zijn hoofdzakelijk Italianen die dit doen. Net zoals wij naar Texel gaan, gaan zij naar Sardinie. Op de boot is dus ook alles Italiaans. En dus kreeg ik totaal niet mee dat ik moest uitchecken voor een bepaalde tijd. Ideaal, ik heb ook niet mijn best gedaan om het te begrijpen. Wel ging het ff mis met eten, want ik begreep te laat dat het buffet open was, en toen ik ging halen was er eigenlijk niets meer te krijgen. Jammer van dat Italiaans dus, ik hoopte maar dat het bij noodgevallen wat duidelijker zou worden dat er paniek was 😉

Als je zo langs de kust van het eiland vaart ben je op slag verliefd. Rotsen, heuvels, natuur en kleine plaatsjes is wat je ziet. De haven van Arbatax/Tortoli werd compleet in beslaggenomen door het gigantische schip en dat was het dan. Ik stond op een kale parkeerplaats met mijn groene koffer op wieltjes. Om mij heen wat Italianen die afgehaald werden. En verder een stoet auto’s die uit de ferry kwamen rijden. Geen taxi’s blijkbaar…Niemand rekent op een toerist die niet vantevoren een lift heeft geregeld. In de dichtsbijzijnde kroeg keek ik vragend en zei ik in mijn beste Italiaans “Taxi?”. Vervolgens werd ik overdonderd door een stortvloed aan Italiaans en pakte iemand de telefoon. Met handen en voeten werd me duidelijk gemaakt dat het geregeld werd en even later stopte er ook een bus voor de deur die me naar mijn droomhotel zou brengen. Vijf nachten in een spa/wellness hotel. Direct aan het strand en heerlijk kleinschalig. Dat moest toch helemaal geweldig worden?

Ik ben nog net niet van verveling doodgegaan daar. Veel te onrustig om ook maar 5 minuten op een strandstoel te blijven liggen. Dus ik ben me gaan verplaatsen van strand, naar zwembad, naar hotelbar (met geniale tosti’s en ijs), weer terug naar het zwembad met een cola, naar de hotelkamer, terug naar het strand, enz. Ondertussen kon ik bestellen wat ik wilde en werd alles netjes op de rekening van de kamer gezet. Gezien de prima prijzen heb ik me ook niet ingehouden (wel qua massages…). Pas op dag 3 vond ik het eens tijd om de enige supermarkt op te zoeken die het plaatsje rijk was. 100 Meter is in Sardinie misschien wel 500 meter, maar het is uiteindelijk gelukt. Ik besloot die avond ook meteen naar een pizzeria te gaan die ik onderweg ontdekte.

En toen ik dus op de een na laatste dag de huurauto moest ophalen in het nabijgelegen stadje, was ik ergens wel blij dat ik even weg kon uit de verveling. Lopend had ik de omgeving wel een beetje gezien. Er was gewoon buiten het wonderschone strand en de toren op de rotsen niets te zien en te doen. Bij de autoverhuurder scheet ik inmiddels in mijn broek dat ik binnen 2 meter de auto in de prak zou rijden (dankzij die debiele Italianen) en dat ik compleet zou verdwalen. Om nog maar niet te spreken over de overtuiging dat ik straks helemaal niets aan het uitgeprinte voucher zou hebben en ter plaatse nog ff 2x het reeds betaalde bedrag zou moeten betalen. Maar niets van dit alles….het ging bijzonder goed!

Met de tomtom aangesloten en het adres van het hotel was ik in no time zonder schade terug. En besloot ik spontaan nog een ritje te maken. Geheel tegen mijn principes in, want die auto was een noodzakelijk kwaad om van A naar B te komen en voor mijn plezier autorijden zal me NOOOIT gebeuren. Dus bij de receptie vroeg ik naar leuke bezienswaardigheden in de omgeving en zat ik iets later wederom met tomtom in de Fiat Panda die ik later die dag officieel de liefde zou verklaren.

De wegen op Sardinie zijn geweldig! Slingerweg de berg op, en af. Haarspeldbochtje hier en daar…Maar overal weer een grandioos uitzicht! En heerlijk rustig op de weg, zelden een gestresste Italiaan die aan het bumperkleven is (je mag bijna nergens inhalen) en ontzettend veel parkeerplekjes die voor mij vooral foto-plekjes werden. Dat het eiland massaal wordt bezocht door Duitse motorrijders begreep ik al snel. De bochten zijn mooi, het asfalt is schoon, de vangrail is overal aanwezig en je kan er bijna niet verdwalen met al die lange wegen zonder kruispunt.

Ik was onderweg naar een stukje bos vlakbij Lanusei. Daar zou zich een mooie Nuraghi bevinden. Maar tomtom had er blijkbaar wat moeite mee. En ik dus ook. De meegekregen folder gaf ook niet echt veel duidelijkheid en uiteindelijk gaf ik op de tomtom-kaart handmatig dan maar bij benadering de locatie aan. Gelukkig is Sardinie heel toeristisch (NOT) en moet je mazzel hebben dat een bezienswaardigheid duidelijk wordt aangegeven. In dit geval net voldoende om de inrit van het bewuste stukje bos te vinden. Alle mensen die daar rondliepen werkten daar. Op de achtergrond hoorde ik diverse schoten gelost worden. En om mij heen overal stenen en bomen. Een krakkemikkig huisje was de toegang tot deze geweldige bezienswaardigheid en daar was niemand aanwezig. Niet veel later kwam een ontzettend enthousiaste Italiaanse dame mij voor 4 euro uitleggen wat er allemaal te zien was. Ze deed alle hekken open en zo kon ik helemaal prive genieten van de oude begraafplaatsen. Ze vertelde me vervolgens dat verderop in het bos de echt mooie plek was. En om daar te komen moest ik de weg volgen, en daarna het pad bij de splitsing. Appeltje eitje, zou je denken. Maar er waren dus tig paden alle mogelijke kanten op. Dus ik liep mooi de verkeerde kant op en hoorde nog steeds de schoten op de achtergrond.

In the middle of fucking nowhere liep ik daar dus. Geen wegwijsbordjes, alleen bomen en stenen. En geen idee hoever het eigenlijk lopen was voor dat ik de overblijfselen van de woongemeenschap zou vinden. Met de angst om in het donker nog steeds in dat bos te zijn besloot ik deze poging te staken en nog 1 pad te proberen. Dit pad liep wat meer parallel aan de weg en het leek me logischer dat dit mij bij de bewuste plek zou brengen (ook al begreep ik wat anders van de vrouw). Gelukkig liep ik niet veel later tegen het hek om de woongemeenschap heen, kon ik nog net wat kiekjes maken voor het echt donker zou worden in het bos, en besloot ik meteen maar terug te gaan naar de auto.

Het is een hele vreemde gewaarwording om in een bos te lopen waarvan je weet dat daar zelden iemand komt. Ik wist dat die avond daar na mij sowieso niemand meer zou komen, dus als het verdwalen zou worden, ik in het bos zou gaan overnachten ;). Telefonisch bereik was daar ook allesbehalve goed en later op de avond zou het pikkedonker worden. Niet een plek waar je in je eentje als vrouw de weg wilt kwijtraken… Een ervaring rijker vond ik iets later de auto weer terug en keerde ik terug naar het hotel.

De dag erop was het tijd om uit te checken en hoewel het een geweldige plek is om tot rust te komen, was dit niet geschikt voor mij alleen op dat moment. Ik verheugde me op de rit naar het noorden, waar ik 1 nacht zou blijven in een Country Resort vlakbij een meer. Tomtom was wederom mijn beste vriend (al heb ik behoorlijk wat vreemde straatjes in moeten rijden van ‘m). Ik reed over 1 van de mooiste routes met uitzicht op de zee en trapte de Panda geregeld op de rem om even snel een foto te maken. Het plan was om in de buurt van Dorgali een poging te doen om de grotten te bekijken, maar dit plaatsje was zo’n chaos en het was zo onduidelijk waar die grotten dan moesten zijn, dat ik het wel gescheten vond. Doorrijden naar Sant Antonio di Gallure dan maar!

En daar heb ik totaal geen spijt van. Brak en gaar van alle haarspeldbochten kwam ik aan in een stukje paradijs. Tegen de heuvel aan lagen er allemaal kleine huisjes die elk 2 hotelkamers bevatten. En elke kamer had een eigen terrasje met GEWELDIG uitzicht op een meer, dat een stuk lager lag. De vrouw die me naar mijn kamer bracht zal elke keer wel weer in een deuk liggen om de reacties van de toeristen, want je bent echt even overweldigd! Het kleine zwembad lag bovenop de heuvel direct bij het centrale gebouw met receptie en restaurant. En je hoorde niets anders dan het zachte geronk van het zwembad, de vogels, de kikkers en het plonsen in het meer. Bij binnenkomst had ik meteen spijt dat ik daar maar 1 nacht zou blijven.

De volgende ochtend echter al niet meer. Want er was gewoon helemaal niets daar! Wonderschoon, maar verder uitgestorven. Tijdens een vorige avondwandeling richting een pizzeria die ik me nog kon herinneren haakte ik halverwege af toen bleek dat het nog 1,5 kilometer was en de weg met het oog op de afwezigheid van straatverlichting niet heel veilig zou zijn op de terugweg. Dus ik hield het bij een afdaling te voet richting het meer en een hapje in het eigen restaurant. Dus bij het ontbijt was ik al wel klaar om verder te gaan. Ik moest de auto om 18:00 inleveren in Alghero en het zou ongeveer 3 uur rijden zijn over de toeristische route die ik had gekozen. Dus alle tijd… Tot je in gesprek raakt met een ontzettend leuk stel en het ineens een paar uur later is 😉

Deze rit dus wat minder tussenstops en eigenlijk maakte dat niet uit. De verschillende vergezichten beginnen uiteindelijk allemaal op elkaar te lijken en ik verlangde naar een stad. Een omgeving waar altijd wat te doen is. De snelheid ging wat omhoog, tomtom vertelde me dat ik nog 25 kilometer deze (slinger)weg moest vervolgen en voor ik het wist reed ik de stad Alghero binnen.

Het nieuwe hotel zou liggen in het oude centrum waar geen auto’s mogen komen. En ze hadden geen receptie, dus telefonisch had ik haar een beetje op de hoogte gehouden van de verwachte aankomsttijd. Verhit parkeerde ik ergens waar ik niet mocht staan. Gooide de koffer eruit en besloot de auto maar meteen in te leveren. Handig ook zo’n autoverhuur midden in het centrum zonder eigen parkeerterrein. Ergens in een zijstraatje gooi je de auto neer, je loopt naar kantoor. Iemand loopt met je mee naar de auto, knikt een paar keer goedkeurend als hij ontdekt dat er geen deuken in zitten. En laat je vervolgens in verwarde staat achter met de tekst “it’s ok”. Niets tekenen, geen bonnetje, niets….Heel Italiaans blijkbaar.

Alghero is verder heel bijzonder. Eeuwen geleden veroverd door de Catalanen en daarvan een mooie erfenis gekregen. Als je vanaf de zee aan komt varen zie je vanuit het water een dikke stadswal omhoog met daarop/achter de stad. Beschermd door een muur en kanonnen. Het is allesbehalve een rijke stad, wat je meteen voelt. Mensen werken er hard en de prijzen zijn normaal. Ik vond dat best opvallend, aangezien het toch een havenstad is. De haven van Genua is bijvoorbeeld veel sjieker en voorzien van moderne snufjes. De haven van Alghero is precies wat het is. Een haven, met boten.

Het oude gedeelte van de stad zwemt in de boetiekjes en kleine restaurantjes. En als je dan een zijstraatje neemt zit je ineens in een volksgebeuren waar de was boven je hoofd te drogen hangt. En weer een zijstraatje verder zit je weer in een straat met boetiekjes waar het wemelt van de toeristen. Klein, puur, indrukwekkend is mijn gevoel bij die stad. Ik liet me rondrijden door een toeristentreintje, ging met een boot naar nabijgelegen grotten en besloot de laatste dag een scooter te huren om nog wat van de omgeving te zien.

125 CC onder je gat is best spannend, kan ik je vertellen. Blijkbaar hoef je daar in Italie geen motorrijbewijs voor te hebben. De maximale snelheid heb ik maar niet uitgetest (halverwege gestopt gok ik). Ik kon prima mee met de motorrijders die ik op de heuvels tegenkwam. Echter had mijn tank wat minder inhoud…En dat leverde nog wat stress op. Sardinie is namelijk uitgestorven tussen de plaatsjes. Op de wegen kom je weinig weggebruikers tegen. Maar de wegen gaan ook kilometers door zonder ook maar een plaatsje tegen te komen. En daar vergiste ik me in. Gelukkig had ik ook tomtom op mijn mobiel en had ik gps nog in de tas zitten (je weet nooit) en vond ik via een sluiproute een tankstation ergens op 1 km hoogte (zo voelde het tenminste). Maar ondanks dat stressmoment was de scooterrit wel het ultieme genieten. Je voelt de wind en voelt dus echt aan je lijf dat je in de omgeving zit waar je rondrijdt. In de Panda kijk je toch door een raampje en krijg je het indirect binnen in je systeem. Hoe gek ook…

Nee, op de scooter ben ik officieel verliefd geworden op Sardinië en besloot ik zeker nog een keer terug te gaan. En dan weer in mei, als alle bloemen in bloei staan, het nog lekker warm is en de toeristen je niet onder de voet lopen….