Oliedom…

“De groep bestaat uit mensen die allemaal gewend zijn de beste van de klas te zijn”, werd er al in de eerste week gezegd door een van de medewerkers. “Dat kan even wennen zijn”. En hoewel je weet dat het waarschijnlijk voor het gros gewoon waar is, heb je op dat moment geen flauw benul hoe groot de psychologische impact van een bootcamp als deze zal zijn.

Het is intimiderend, de setting, de stad, de mensen, de gesprekken, de presentaties, de bootcamp… Ik was geen gigantische uitblinker op school, behalve bij wiskunde. En echt hard heb ik niet hoeven studeren op de middelbare school en daarna. Data science past precies in het straatje van mijn beta talent, waardoor ik er vanuit ging dat dit me ook redelijk makkelijk af zou gaan. En dat valt dan ineens tegen.

Terug naar school… Dat is alweer even geleden. Ik ben een van de oudsten van de klas. Er zitten er ook die vers van de universiteit af komen. Ik ben het studeren verleerd en ik kom wat roestig op gang. Maar er is eigenlijk geen tijd voor diesels zoals ik. Ik heb de afgelopen weken soms het idee dat mijn hoofd het gewoon niet meer kan. Helemaal als je om je heen kijkt en je ziet anderen (schijnbaar) makkelijk en snel door de opdrachten heen gaan. En dus krijgt mijn ego soms een deuk…

Het is lastig om mijn klasgenoten in te schatten qua intelligentie. Maar deze 24 mensen hebben allemaal de “strenge” selectie overleefd. Ik heb getallen rond de 15% gehoord voor het percentage aanmeldingen wat uiteindelijk geaccepteerd wordt. Sommige mensen doen soortgelijk werk al jaren en doen alleen maar mee omdat het helpt bij het vinden van een nieuwe baan. Er zijn veel switchers, mensen die wel in de richting van data science zitten qua werk, hobby en opleiding, maar een te groot gat in hun kennis hebben om zomaar een baan als data scientist te kunnen vinden. Ze zeggen dat iedereen wel een stuk basis heeft om de bootcamp te kunnen doen.

Sommige mensen hebben het overduidelijk zwaar. Ze twijfelen of ze wel aangenomen hadden moeten worden en of ze het ooit onder de knie zullen krijgen. De dagen beginnen voor je ego niet zo heel fijn wat dat betreft. Je start op met een miniquiz en die zijn lekker uitdagend. Terwijl ik soms het gevoel heb dat ik worstel, merk ik dat er sommige mensen om me heen erger worstelen. En dat dat vaak helemaal niets met intelligentie te maken heeft, maar eerder met “ervaring met programmeren”, “concentratie” en “zelfvertrouwen”. Vooral de eerste weken blokkeerde je jezelf constant. Doordat je zo dicht op elkaars lip zit, omdat anderen het wel lijken te snappen, omdat iemand een slimme vraag stelt, omdat docenten kritisch op je scherm zitten te kijken of je een beetje opschiet, omdat je jezelf probeert te forceren, omdat je concentratieproblemen hebt, enz enz.

Ik heb het geluk dat de materie grotendeels niet nieuw voor me is, maar vooral ernstig weggezakt. De stofwolken in mijn hoofd zijn soms heftig. Sommige delen, zoals SQL, zijn redelijk scherp. Maar alles wat met kansberekening en statistiek te maken heeft heb ik ergens in een heel donker hoekje in mijn hoofd opgeslagen. Mijn tweede week ging alleen maar daarover, en het werd een dramatische week. Aan het einde van de week twijfelde ik of het ooit nog wel goed zou komen.

Gelukkig zijn er veel mensen in de buurt met bootcamp-ervaring. Er zijn docenten bij die in het verleden de bootcamp zelf ook gevolgd hebben. Ze zien elk cohort opnieuw dezelfde dingen gebeuren, bijna op voorspelbare momenten. Mensen die wanhopig worden en op dreigen te geven. Ze hebben me al gewaarschuwd voor de muur rond week 5: het moment dat je hoofd “VOL” zegt en niet verder meer wil. En dat soort informatie is erg nuttig om je relaxt te houden.

Er is veel onderlinge steun. Want stiekem zijn er meer mensen die worstelen dan op het eerste oog lijkt. En dat is logisch, als ze het al zouden kunnen, hoeven ze de bootcamp niet te doen! “We willen je pushen, anders is het geen bootcamp”, is het idee. En in plaats van dat je gaat denken dat je dom bent omdat je het niet af hebt of dat het niet werkt, is het gewoon zo dat elke stap er een is. Iedereen loopt tegen moeilijke en makkelijke onderdelen aan. De makkelijke onderdelen geven je even rust om wat schade in te halen van de moeilijke onderdelen. En uiteindelijk zal niemand van ons hier dommer van worden.

Het rare is, ik heb soms het gevoel dat ik enorm worstel, maar mijn worsteling zit in de details. Het conceptuele plaatje van data science zit al in mijn hoofd. Alle losse onderdelen tot nu toe (data, programmeren, wiskunde, statistiek, matrixrekening, data mining) heb ik ooit al geleerd en begrepen. De moeite zit ‘m bij mij in de syntax:”Hoe krijg ik het in Python nou precies aan de praat?”, concentratie en snelheid. Dat valt gelukkig te overzien en is een kwestie van tijd. Dat ik verder nooit het type zal worden wat hele diepgaande discussies kan hebben over causaliteit of het optimaliseren met gebruikmaking van een zoveelstegraads vergelijking neem ik maar voor lief. Ik hou ‘t wel op de praktijk.

Over de brug…

Dan zit je aan het einde van je derde week in San Francisco. Je tong is alweer even van zijn spierpijn af. Je betrapt jezelf steeds vaker erop in het Engels te denken. De heimwee blijft door het drukke schema nog even achterwege. Het weer wordt nog mooier dan het al was en ik had vandaag liever met een kleedje op een grasveldje gelegen dan dat ik binnen mijn huiswerk aan het doen was. Maar alles voor het goede doel, zullen we maar zeggen.

Ik heb een huurauto voor de hele periode dat ik hier ben. Dat was wel zo handig als je in Presidio “woont”, werd mij verteld. Ik had er wel beelden bij. Geen winkel in de buurt, midden in het park. Voor elke mini-boodschap zou ik de auto gaan pakken. De auto staat alleen een stuk vaker stil dan verwacht. Parkeren in de stad is een drama, dus er is nooit even een moment dat je denkt “Ach, ik pak de auto wel”. Er zijn meerdere bordjes die je vertellen hoe en of je mag parkeren. De ene zegt “Op maandag tussen 12AM en 6AM mag je niet parkeren wegens het schoonmaken van de straat”. Het andere bordje zegt “Maximaal 1 uur parkeren tussen 8AM en 10PM, behalve met parkeervergunning”. Dan heb je nog de rode stoepranden (parkeren verboden), groene stoeprand (10 minuten max), blauw voor gehandicapten, geel voor laden en lossen. En het verbod om bij brandkranen te staan. Her en der zijn er garages en parkeerveldjes met uiteenlopende prijzen van 10 dollar per dag tot 45 dollar per dag. Ik ben er nog niet uit of de prijs iets zegt over de veiligheid van je auto als die er staat, maar die van een tientje voelde niet heel erg prettig…

Ik ga doordeweeks dan ook altijd met de bus. Eerst nam ik de gratis bus die vlakbij het huis stopt, die er een uur over doet. Maar tegenwoordig slaap ik liever een half uurtje uit en neem ik de betaalde bus bij het begin van de brug. Je hoeft er nooit lang te wachten op een geschikte bus, want ze gaan allemaal downtown. De busterminal is vlakbij de “school”, dus in het ergste geval moet ik 4 blokken lopen. Of 5, als alles opgebroken is en ik via een omweg moet.

Dat de stad een grote blokkendoos is, is best handig. Straten zijn mega lang en je beschrijft heel makkelijk waar je heen moet. “Ongeveer op de kruising van 2nd Street en Howard”, is het pannenkoeken zaakje. “De hoek van 1st en Howard”, is mijn favo hoek voor als ik een Hollandse brood-lunch wil met sandwiches of bagels. Voor de bus naar huis loop ik meestal naar “2nd en Mission”. En ga zo maar door. Binnen 2 blokken van school is alles aanwezig voor de dagelijkse behoeftes. Er is alleen wel wat vreemds aan de hand met die straten, ontdekte ik van de week. De ingang van mijn school zit bijvoorbeeld aan Tehama Street. En ik dacht steeds dat die alleen maar tussen 1st en 2nd loopt. Maar laatst liep ik rond 5th en toen begon die straat op soortgelijke hoogte gewoon weer! En nu ik op Google maps kijk zie ik dat er tussen 8th en 9th Street ook nog een stukje is. Dat soort straten zullen vroeger wel doorlopend zijn geweest en inmiddels volgebouwd en daardoor gedeeltelijk verdwenen.

Voor school heb ik de auto normaal gesproken dus niet nodig. In het weekend probeer ik de auto minimaal 1 dag te gebruiken voor een tripje. En terwijl ik op 5 minuten lopen van de Golden Gate Bridge woon, begon ik mij steeds dieper te schamen dat ik de brug al die tijd nog niet over was geweest. Elke avond in de bus naar huis twijfel ik niet gewoon een keer moet blijven zitten ipv uitstappen. Maar ik ben vaak te moe voor zo’n avontuur en dus stapte ik elke keer nog braaf uit.

Dan is het ineens zaterdag en wordt het stiekem wel tijd om eens over die brug te komen. Mijn plan was redelijk suf. Gewoon naar Cavallo point rijden. Daar de auto parkeren, wat mooie foto’s maken. Het cafe in duiken met mijn laptop en genietend van de rust en het uitzicht ook nog wat studeren. Het was alleen zo ontzettend druk dat ik de auto amper uit ben geweest en op mijn TomTom willekeurig een plek zocht die me wel mooi leek, om naartoe te rijden. “Point Bonita vuurtoren” leek me wel boeiend. De kronkelende weg stuurde me een tunnel in waarvan ik zeker weet dat mijn vader er niet in zou gaan (want tunnelvrees). Smal, spooky, benauwd….

In de buurt van de vuurtoren heb ik uitgebreid foto’s gemaakt en gewacht op de zonsondergang. Rondrijden met uitzicht op San Francisco is wonderschoon. Elke bocht geeft je een nieuw uitzicht en elke keer weer even fotogeniek. Dat zag je vooral na zonsondergang toen er files ontstonden van mensen die foto’s wilden maken van het lichtspel aan de andere kant van de brug. En ik geef toe, ik was er daar ook een van, maar kon geen goed parkeerplekje vinden.

Ik had bedacht dat ik ergens een hapje zou gaan eten met uitzicht op de stad, maar ik vond zo snel niet een leuke plek. En dus reed ik ineens in het pikkedonker op de verlaten slingerweg Paradise Drive van Tiburon richting San Rafael. “Als ik daar een ravijn in zou rijden zou niemand het merken”….Maar mijn missie was om nog 2 andere bruggen te doen die avond. En dus reed ik door. Pakte ik de gestapelde brug naar Richmond (en hoopte ik dat er geen aardbeving kwam). En ging ik via Berkeley weer via de laatste brug van de dag naar San Francisco. Om me warm onthaald te voelen door het lichtspel van de kantoorflats in hartje San Francisco.

De kop is er nu dus af. Maar de volgende keer dat ik dat rondje doe gaat het wel overdag zijn. Want heel boeiend was het op deze manier niet. Maar eerst andere plannen: Highway 1 wordt wel eens tijd…

Hoe een sneeuwbal rolt

Vorig jaar, ongeveer rond deze tijd, vertelde mijn toenmalige aan/uit-vriendje dat hij mogelijk zou gaan verhuizen naar Silicon Valley. Mijn eerste reactie was “einde relatie dus…”, aangezien meegaan uitgesloten was. Ja, leuk voor hem… ronduit kut voor mij. Nog geen half uur later was ik aan het fantaseren over zelf gewoon ook die kant op gaan. Als het hem lukt, waarom zou dat mij met mijn achtergrond dan niet gewoon lukken? Ergens in een grijs verleden was ik al eens bezig geweest om een jaar “highschool” te doen in de VS, wat er nooit van gekomen is. En daarna vergeet je dat langzaam. En aangezien ik in Nederland toch behoorlijk aan het ploeteren was, waarom niet? Nu zou ik er in ieder geval ook iemand kennen als ik er zou zitten.

Dan beginnen de twijfels. “Wil ik wel naar Amerika?”. Hoe kon ik nou bedenken dat ik dat wilde? Ik was er nog nooit geweest. Ik kon me er geen voorstelling van maken. Was ik wel eerlijk naar mezelf toe? Was het niet gewoon zo dat ik alleen maar wilde gaan omdat hij er zou zijn? Was dat het waard om zoiets te doen? Voor die knipperlicht ellende? Zou dat betekenen dat ik ontslag zou nemen, om nooit meer terug te komen? Die baan, waar mijn hart ligt. Waar ik de laatste tijd ook vreselijk over mopper, maar waar ik diep van binnen toch nooit definitief afscheid van zou willen nemen? “Wat wil IK?” is een moeilijke vraag om te beantwoorden in een emotionele tijd waarin je jezelf eigenlijk al een tijdje kwijt blijkt te zijn. Dat ik iets anders wil was wel duidelijk, maar om nou meteen je hele leven ondersteboven te gooien, is dat nou wel zo slim? Of is het niet gewoon zo dat ik op zoek moet naar een nieuwe uitdagende baan in Amsterdam en dat dat al genoeg is? Of moet ik niet zeuren, die reorganisatie gewoon even uitzitten en komt het op mijn werk uiteindelijk ook wel goed?

Gelukkig kan oriënteren en experimenteren nooit kwaad. Ik leer de Amerikaanse sollicitatieprocedure een beetje kennen met de coding-interviews: terwijl je aan de telefoon zit met een medewerker aan de andere kant van de wereld, via je laptop een stukje programmeren op een scherm waar je allebei op kunt kijken. Engels luisteren en praten, slimme dingen doen als je nerveus achter je computer zit terwijl er iemand op je vingers kijkt, is nog even wennen. Ik bedenk me dat er geen haast is, maar realiseer me niet dat er bepaalde ingewikkelde procedures zijn voor werk-visa, waarbij de eerste week van april toch redelijk cruciaal is. Dit ontdek ik eind april, als het te laat is.

Terwijl er in mijn hoofd allerlei processen actief zijn met het bedenken wat het antwoord is op al mijn vragen en hoe ik ooit de juiste keuze kan maken, word ik geïnspireerd door een oud-vriendinnetje die het een tijd geleden ineens op haar heupen kreeg en vertrok naar Costa Rica om daar te gaan werken. Dankzij Facebook blijf ik op de hoogte en geniet ik van haar ervaringen en foto’s. Daarna vertrekt ze naar Canada om nog even door te gaan…. Ik zie voor me hoe ik in allerlei steden in de wereld een jaar zou kunnen gaan werken. Waarom beperken tot Amerika?!

Het stemmetje in mijn hoofd vraagt me constant waar ik dit allemaal nou voor doe, want heel moeiteloos gaat het allemaal niet. Als ik op een hackers bijeenkomst van een paar Amerikaanse tech recruiters hoor dat solliciteren voorlopig niet zo heel veel zin heeft vanwege het visa gedoe, stop ik direct met solliciteren.

Dan wijst een vriendin me op een (nagenoeg gratis) programmeer-cursus in New York van 3 maanden en ik bedenk me dat ik op die manier ook mijn Amerikaanse uitstapje kan doen en niet weg hoef te gaan bij mijn werk. Helaas word ik niet aangenomen voor de opleiding. Op zoek naar soortgelijke trainingen in de rest van Amerika, vind ik een Data Science opleiding in San Francisco die me zeer boeiend lijkt. Eindelijk een Data Science opleiding, gegeven door mensen die het zelf ook echt doen. Niet zo’n opleidingsinstituut die achter een hype aan rent en zelf amper begrijpt waar het nou echt over gaat. Een opleiding van het juiste niveau waar ik al jaren naar op zoek was, en nooit heb kunnen vinden omdat ik te dicht bij huis zocht. Onbetaalbaar, dat wel… Maar dat geld is van later zorg. Eerst maar eens geaccepteerd worden. Na veel over en weer bellen en mailen geef ik het langzaam op. Het duurt gevoelsmatig te lang, ze houden me vast aan het lijntje.

Mijn inmiddels-ex en ik proberen, terwijl dit gaande is, met moeite een vriendschap te behouden. De constante stroom halleluja verhalen over de voorbereidingen van zijn aanstaande verhuizing naar de VS zijn te confronterend. Ik kan er maar moeilijk mee om gaan dat hij mij schijnbaar zo makkelijk “achterlaat”. Niet veel later besluit ik (in een uiterste poging tot zelfbehoud) het contact te verbreken. Een week later kom ik terug op dat besluit, maar is er al teveel kapot gegaan om het tussen ons ooit nog soepel te laten verlopen. Dat helpt allemaal niet om helder te krijgen welke kant ik nou precies op wil gaan. En dan krijg ik een uitnodiging via LinkedIn en besluit ik, tegen alle bewegingen in, te solliciteren op een data analyse functie in Zurich, Zwitserland.

Ik hoorde al even niets meer van de Data Science opleiding, maar eind juli komen ze weer op de lijn voor een laatste hoepel waar ik doorheen moet springen. En zo krijg ik iets later het goede nieuws dat ik aangenomen ben voor de cursus in september. Een beetje kort dag en ik zie alles al weer in de soep lopen. Op het werk zijn alle leidinggevenden natuurlijk net op vakantie en het lijkt me al snel een slimmer plan om het een paar maanden uit te stellen, zodat ik ook alle tijd heb om de financien, verblijf, verlof en reis goed te regelen. De opleiding wordt een serieuze optie voor januari, maar ik durf nog niets definitief te maken. Ik vraag ze om alvast een stoel voor mij te reserveren in januari en dat ik het later definitief zal laten weten.

Met allerlei mindmap tools probeer ik de boel te organiseren in mijn hoofd. Ik blijf hinken op allerlei al dan niet realistische scenario’s: simpelweg blijven, blijven maar intern “verhuizen”, in Amsterdam blijven maar wel bij een ander bedrijf, wel of geen dure cursus in Amerika, misschien een baan zoeken daar of misschien dan maar heel iets anders zoals Zurich?… Zoekend naar een antwoord stap ik op het vliegtuig naar Zurich om daar in ieder geval 1 antwoord te vinden. Zurich schrap ik na aankomst al snel van de lijst, daar zou ik binnen 2 maanden in een diepe winterslaap geraken. Maar met het schrappen van die optie komen er weer nieuwe bij. Door mijn actieve gedrag online (op LinkedIn) word ik steeds vaker benaderd voor interessante banen in Amsterdam en lijk in voor Data Science toch helemaal niet naar Amerika te hoeven.

In november vlieg ik op en neer naar San Francisco voor een korte kennismaking met de stad en de “school”. Bestaat die opleiding echt? Is het geen grote scam? Hoe vind ik Amerika nou eigenlijk? Kan ik me voorstellen dat ik drie maanden die opleiding daar volg? Ik verblijf bij mijn ex die inmiddels is geemigreerd. Dit tot ieders ergernis. De uiteindelijke ontploffing gooit alle plannen voor de zoveelste keer overhoop. De indruk die ik van San Francisco heb gekregen is door alle gedoe ook alles behalve rooskleurig. Ik ga terug naar start. “Wat wil ik?”. Als er niemand anders meer is om het voor te doen, en je doet het puur voor jezelf, is dit dan nog steeds wat je denkt te willen? Ik sta op het punt om het bijltje erbij neer te gooien en gewoon voor mijn Nederlandse veiligheid te kiezen, gewoon omdat het overzichtelijk en voorspelbaar is. Maar zoals ik al eerder schreef, er is eigenlijk ook geen weg meer terug op dat moment.

Ik praat er veel over met iedereen die maar wil luisteren. Ik ben op zoek naar externe inzichten die me helpen orde in de chaos in mijn hoofd te scheppen. Ik besluit niet langer jaren vooruit te proberen te kijken. Eerste keuze: “wel of geen opleiding in San Francisco doen”. Gelukkig begint het fantaseren over de Data Science opleiding na een week weer terug te komen. Dan weet ik dat dit ook echt is wat ik zelf wil. Onafhankelijk van ieder ander. Eind november hak ik de knoop door en zet ik de handtekeningen onder het opleidingscontract. Er is geen weg meer terug. In plaats van de angst voel ik direct de opluchting en kan ik beginnen me te verheugen op het begin van het nieuwe jaar.

En dan zit je hier…Gisteren was het zaterdag en was er een dag vol workshops gaande bij mijn “school”. Ik lag op een gegeven moment met een laptop languit in de Google hoek, met de benen gestrekt op het kunstgras, uit het raam te kijken naar de hoogbouw van San Francisco. En daar was heel even een momentje van “Dit is mijn stad”. Waardoor ik wist dat het goed was.

“Alles heeft een reden” is een boek wat al tijden op mijn nachtkastje ligt. Het sluit zo prachtig aan op mijn leven de laatste tijd. Ik kan me amper voorstellen dat het slechts een jaar geleden is dat ik hoorde “Ik ga misschien naar Amerika en ik kan je niet meenemen”.

One down…

Een lesweek achter de rug… “Wat, wacht?!?! Zit ik hier nog maar 1 week??”. Het voelt als zoveel langer en tegelijkertijd ook weer niet. Maar het is toch echt zo. Ik ben nog maar net begonnen! En het leuke deel: ik heb nog lekker lang te gaan. “Als ik dat maar overleef”

Echt lang om bij een onderwerp stil te staan is er niet. Als je op dag 1 even je Python kennis moet bijspijkeren is het niet zo dat je op dag 2 achterover kunt leunen. Dan gaan we lekker object georienteerd programmeren. En heb je dan een beetje het idee dat je op gang bent gekomen, dan gaan we dag 3 doodleuk SQL doen. De vierde dag combineren we SQL met Python en op vrijdag kun je alles weer vergeten, want besluiten we dat gequerie gewoon met pandas te doen.

Ik begin inmiddels heel langzaam een soort van routine te ontwikkelen waar weinig variatie in mogelijk is. Een half uur nadat de wekker gaat sta ik bij de bushalte met een prachtig uitzicht over de Golden Gate Bridge, het water, Alcatraz en de skyline van San Francisco. De bus rijdt al slingerend door het wonderschone Presidio naar mijn overstap punt, waar ik de downtown bus neem. Een uur nadat ik op mijn eerste bus ben gestapt, stap ik uit in hartje San Francisco en loop ik richting de school, om onderweg soms de bagel store nog binnen te gaan voor bijvoorbeeld een overheerlijke 9 granen bagel met ei, spinazie en kaas, of met zalm en roomkaas.

Als ik om 9:15 de lift uitstap op de derde verdieping zitten de meeste van mijn medestudenten al achter een computer (WHY??). Er is nog een kwartier de tijd voor we beginnen met de ochtend-miniquiz; 30 minuten even je kennis testen van de laatste tijd. Daarna krijgen we een korte les over de nieuwe stof en mogen we tot aan de lunch een oefening doen.

Met de lunch halen we vaak wat buiten de deur en die is meestal ook flink uitgebreid. Er zijn behoorlijk wat studenten bekend in de buurt en die weten de goede eettentjes dus wel te vinden. De ene dag is het een mega burrito van Chipotle, de andere dag een warme maaltijd van de food-truck. Het dakterras is de favo stek om rustig te eten en bij te komen. Maar na een paar keer werd me wel duidelijk dat het handiger was mijn Hollandse gewoonte om te gooien en dan maar ‘s middags te dineren en ‘s avonds iets simpels te eten. Want heel veel puf had ik doorgaans niet meer als ik “thuis” was.

Na de lunch is het weer een korte les en dan werken we tot ongeveer 18:00 aan een opdracht. Veelal verplicht samen-werkend. En daar gaat het bij mij mis. Of mijn buddy is te slim, of mijn buddy is te dom, of hij is te traag, te ongeduldig of hij is te autistisch… er is altijd wel wat waardoor ik drukker bezig ben met me irriteren aan de samenwerking, dan dat ik me lekker kan concentreren op de opdracht. Want het liefst wil ik ook gewoon lekker autistisch naar mijn scherm zitten staren en de tijd uit het oog verliezen.

Ik heb dus nog wat opstartproblemen. Een van de dingen is de taal. Ondanks dat ik redelijk goed uit mijn woorden kom in het Engels, is het toch best lastig als een docent, of medestudent even heel snel (veelal binnensmonds) allerlei technisch relevante termen eruit gooit terwijl je probeert te programmeren. “Parenthesis” hier, “semicolon” daar, snel even daar een “hyphen” toevoegen. En stop het even tussen “brackets”… Welke? Die “curly ones”? Terwijl mijn hoofd nog probeert te vertalen wat een “hyphen” ook al weer is, ben ik de rest van zijn verhaal al kwijt en voel ik me mega-dom.

Een ander issue is verschil in onderwijs. Dat hangt ook gewoon samen met taal (WTF is een PMF??), maar ook dat de wijze waarop wij wiskunde leerden op school volgens mij toch regelmatig afwijkt. Het resultaat is gelukkig nog wel hetzelfde, maar de manier waarop je er komt… not so much.

Maar het grootste struikelblok is concentratie. Met 25 overleggende medestudenten om je heen, plus een paar rondlopende docenten. Het is nogal onrustig waar ik nog heel erg aan moet wennen. Ik merk dat ik het lastig vind om in zo’n gekkenhuis op mijn gemak de Engelstalige opgave te lezen, uit te dokteren wat ze nou precies bedoelen, mijn buddy niet te lang te laten wachten en ook nog een oplossing voor het probleem bedenken.

Vandaag met kansberekening en statistiek heb ik dan ook besloten om het even zonder buddy te doen. Even alleen de boel uitdokteren. Gewoon de tijd nemen. Het duurt dan misschien wat langer, maar ik heb dan ook wel het idee dat ik het daarna ook echt snap. Want jeetje, wat is die stof lang geleden!

Gelukkig heb ik ook ontzettend veel lol hier. Kun je je voorstellen hoe leuk het is om Amerikanen te shockeren met de Nederlandse directheid? Voeg daar nog een vleugje seks aan toe en het gaat helemaal mis. Ze vroegen iedereen een anekdote om het makkelijker te maken om je naam te onthouden. Helaas (of toch niet) komt die bij mij uit de tijd van “Ankie met een A en Hedda met dubbel D”…..

Een van de leukste opdrachten was het vinden van interessante, gekke, fijne, boeiende open data. Het liefst nog een beetje “big” ook. Met de mogelijkheid dat die tijdens de les uitgeplozen zou worden. En Hedda is Hedda niet als een van de aangeboden datasets niet de gemiddelde penis lengtes over de hele wereld bevat. Je vindt nog eens wat *grijns*. Andere datasets gingen over “laatste woorden voor executie van mensen op death row” of bestond uit bier reviews.

Dankzij alle gekkigheid ben ik dan ook redelijk “op” als ik ‘s avonds weer terug ga. Ik klets nog even met wat medestudenten. Dan doe ik een kleine boodschap bij de Walgreens op de hoek zodat ik ‘s avonds nog iets van een salade, wat te drinken en snacken heb. Op mijn smartphone kijk ik welke bus ik het beste waar vandaan kan nemen. En dan stap ik rond 8 uur uit op de uitgestorven parkeerplaats aan het begin van de Golden Gate Bridge, waar de buschauffeur me al meerdere keren heeft gevraagd waar ik moet zijn. Om te dubbel checken of ik echt wel daar had moeten uitstappen. Wat dat betreft zijn ze hier een stuk behulpzamer!
Ik wandel het laatste stukje in het donker langs het uitzichtpunt waar de lichten van San Francisco prachtig zijn, terug naar mijn kamer. Waar het de bedoeling is dat je nog ongeveer 1 uur aan huiswerk voor de volgende dag doet…

Hoe heerlijk was het zaterdag dat ik een relaxdag had. Uitslapen, lanterfanten, en verder helemaal niets…. Of toch wel. De voorbereidingen van de week erop moesten nog gebeuren. En dus besloot ik op zoek te gaan naar een rustig cafe buiten de stad waar ik heel relaxt zou kunnen studeren. En eindigde ik bij de inmiddels befaamde Beatles Sing Along. En geen zorgen, zondag heb ik de schade heel braaf ingehaald.

Beatles Sing Along in Pacifica


In alfabetische volgorde. We zijn nu bij “We can work it out”. Online stond er dat dit (Chit Chat Cafe) een perfect cafe was om rustig een boek te lezen of te studeren, op een rustige plek met uitzicht op zee. Bij binnenkomst was al duidelijk dat er een bandje zou komen. Er waren al een paar enthousiastelingen aanwezig, stoelen stonden opgesteld voor een grandioos optreden van een plaatselijke band. Kort na het bestellen van mijn lunch kreeg ik uitleg van een lokale dame, Beatles muziek zou er komen. Of ik daar speciaal voor kwam. Uh, nee…ik kwam voor een rustig plekje om te studeren….

Tijdens de eerste paar nummers heb ik me op zitten winden over het amateurisme van alles. De bandleden die allemaal een ander ritme leken te volgen, de zang waar in the Voice niemand voor zou draaien, de plaatselijke gekkies. De lunch was heerlijk en het misplaatste gevoel van alles begon te zakken. Terwijl de triangel nu nog steeds het ritme een beetje mist, heb ik een grijns op mijn gezicht. Dit is local…. Amerikaanse gezelligheid. En dat heeft echt wat. Het stadse is eraf en iedereen is zo benaderbaar en vriendelijk. En dus zit ik nu ineens met kippenvel naar “Yesterday” te luisteren.

Back to school…


Ik stap uit de bus op het moment dat de eigenaar van het winkeltje bij de Golden Gate Bridge de deur op slot draait. De parkeerplaats is verlaten om half 10 ‘s avonds. De verlichte brug is in het donker nog net zo imposant. Ik loop met een vol hoofd naar mijn logeeradres. Terug naar school en meteen vol gas begonnen.

Afgelopen vrijdag maakte ik kennis met de gloednieuwe locatie van de “school”. Een gigantisch pand downtown, met een dakterras met grandioos uitzicht op omliggende hoogbouw (foto’s volgen), een relaxhoek met kunstgras (foto’s volgen), een pooltafel en pingpongtafel in de kelder met bar en zwaar relaxte loungebanken, overal werkplekken en techies. Maar omdat het zo nieuw is, ook werklui die de keuken op de derde verdieping nog aan het bouwen zijn, een airco die nog niet geisoleerd is, mannen met ladders en hamers die overal en nergens vandaan lijken te komen, en opgesloten zitten in de lift….

Dat waren ze even vergeten te zeggen toen ze me richting de lift stuurden voor de derde verdieping. Je hebt een soort van chip nodig om de lift te activeren. Helaas is die chip ook nodig om de deuren te openen als je er eenmaal in zit. Gelukkig duurde mijn gevangenschap niet heel lang, toen iemand met een laptop in zijn hand de lift in stapte en wel in bezit was van zo’n chip.

Het weekend heb ik me geestelijk kunnen voorbereiden op wat komen zou. Feitelijk kwam het neer op “bijkomen van de reis”, “de jetlag bevechten” en ook een beetje “precourse huiswerk doen”. Ik was alleen zo moe, dat ik me schaamteloos het hele weekend heb opgesloten op mijn kamer om even op te laden. De hospita (de non) had het al snel door en noemde me voor het einde van het weekend al kluizenaar.

De aftrap van vandaag bestond uit kennismaking met ontbijt, uitleg over het programma, kennistest, lunch, theorie en pair programming oefening. Al binnen 5 minuten dat ik bezig was met de kennistest had ik de neiging om mijn boeltje op te pakken en naar huis te gaan. Ik was niet meer gewend me te concentreren in een onrustige omgeving als een leslokaal, waar docenten steeds langslopen en op je vingers zitten te kijken. Python programmeren was alweer even terug, dus ik moet er heel erg inkomen. En iedereen om me heen leek als een speer te gaan. Hoezo intimiderend?

Gelukkig was de theorie enorm nuttig en interessant. Kregen we uitleg over het verschil tussen range en xrange en allerlei do’s and don’ts qua snelheid en efficiëntie. Om het daarna in duo’s in de praktijk te brengen tijdens het pair programming. Wat nu een stuk soepeler ging als eerder die dag. En dus ging ik tevreden en optimistisch, doch vermoeid, om 6 uur richting de borrel in de kelder. Waar een medestudent en ik rond half 8 besloten ergens in de omgeving iets van fastfood te scoren omdat we geen zin meer hadden om thuis nog te koken.

Want dat koken, dat is echt een drama hier als je alleen bent. De porties zijn mega groot en vooral met vlees is dat lastig. Als je diepvries hamburgers koopt, zul je ze allemaal tegelijk moeten ontdooien wil je ze kunnen gebruiken. Een student kwam met de tip om naar de slager te gaan en daar om kleine porties te vragen in plaats van het in de supermarkt te kopen. Een goed plan, want ik heb inmiddels al een halve kilo vlees weg moeten gooien. En dat is veel te duur om in de prullenbak te belanden (plus dat ik denk dat de non het niet zo tof zal vinden:))

De bus die ik terug naar mijn kamer nam, had ik nog niet eerder genomen en wist ik niet zo goed te vinden. Maar hij ging rechtstreeks, en dat is fijn! ‘s Ochtends neem ik de PresidiGo bus, waarbij ik moet overstappen en er langer over doe dan normaal, maar die wel gratis en op schema rijdt. Terug ben ik daar te moe voor, voorlopig.

Oja…. huiswerk…. Nog een uurtje aan de studie en dan slapen!