Oliedom…

“De groep bestaat uit mensen die allemaal gewend zijn de beste van de klas te zijn”, werd er al in de eerste week gezegd door een van de medewerkers. “Dat kan even wennen zijn”. En hoewel je weet dat het waarschijnlijk voor het gros gewoon waar is, heb je op dat moment geen flauw benul hoe groot de psychologische impact van een bootcamp als deze zal zijn.

Het is intimiderend, de setting, de stad, de mensen, de gesprekken, de presentaties, de bootcamp… Ik was geen gigantische uitblinker op school, behalve bij wiskunde. En echt hard heb ik niet hoeven studeren op de middelbare school en daarna. Data science past precies in het straatje van mijn beta talent, waardoor ik er vanuit ging dat dit me ook redelijk makkelijk af zou gaan. En dat valt dan ineens tegen.

Terug naar school… Dat is alweer even geleden. Ik ben een van de oudsten van de klas. Er zitten er ook die vers van de universiteit af komen. Ik ben het studeren verleerd en ik kom wat roestig op gang. Maar er is eigenlijk geen tijd voor diesels zoals ik. Ik heb de afgelopen weken soms het idee dat mijn hoofd het gewoon niet meer kan. Helemaal als je om je heen kijkt en je ziet anderen (schijnbaar) makkelijk en snel door de opdrachten heen gaan. En dus krijgt mijn ego soms een deuk…

Het is lastig om mijn klasgenoten in te schatten qua intelligentie. Maar deze 24 mensen hebben allemaal de “strenge” selectie overleefd. Ik heb getallen rond de 15% gehoord voor het percentage aanmeldingen wat uiteindelijk geaccepteerd wordt. Sommige mensen doen soortgelijk werk al jaren en doen alleen maar mee omdat het helpt bij het vinden van een nieuwe baan. Er zijn veel switchers, mensen die wel in de richting van data science zitten qua werk, hobby en opleiding, maar een te groot gat in hun kennis hebben om zomaar een baan als data scientist te kunnen vinden. Ze zeggen dat iedereen wel een stuk basis heeft om de bootcamp te kunnen doen.

Sommige mensen hebben het overduidelijk zwaar. Ze twijfelen of ze wel aangenomen hadden moeten worden en of ze het ooit onder de knie zullen krijgen. De dagen beginnen voor je ego niet zo heel fijn wat dat betreft. Je start op met een miniquiz en die zijn lekker uitdagend. Terwijl ik soms het gevoel heb dat ik worstel, merk ik dat er sommige mensen om me heen erger worstelen. En dat dat vaak helemaal niets met intelligentie te maken heeft, maar eerder met “ervaring met programmeren”, “concentratie” en “zelfvertrouwen”. Vooral de eerste weken blokkeerde je jezelf constant. Doordat je zo dicht op elkaars lip zit, omdat anderen het wel lijken te snappen, omdat iemand een slimme vraag stelt, omdat docenten kritisch op je scherm zitten te kijken of je een beetje opschiet, omdat je jezelf probeert te forceren, omdat je concentratieproblemen hebt, enz enz.

Ik heb het geluk dat de materie grotendeels niet nieuw voor me is, maar vooral ernstig weggezakt. De stofwolken in mijn hoofd zijn soms heftig. Sommige delen, zoals SQL, zijn redelijk scherp. Maar alles wat met kansberekening en statistiek te maken heeft heb ik ergens in een heel donker hoekje in mijn hoofd opgeslagen. Mijn tweede week ging alleen maar daarover, en het werd een dramatische week. Aan het einde van de week twijfelde ik of het ooit nog wel goed zou komen.

Gelukkig zijn er veel mensen in de buurt met bootcamp-ervaring. Er zijn docenten bij die in het verleden de bootcamp zelf ook gevolgd hebben. Ze zien elk cohort opnieuw dezelfde dingen gebeuren, bijna op voorspelbare momenten. Mensen die wanhopig worden en op dreigen te geven. Ze hebben me al gewaarschuwd voor de muur rond week 5: het moment dat je hoofd “VOL” zegt en niet verder meer wil. En dat soort informatie is erg nuttig om je relaxt te houden.

Er is veel onderlinge steun. Want stiekem zijn er meer mensen die worstelen dan op het eerste oog lijkt. En dat is logisch, als ze het al zouden kunnen, hoeven ze de bootcamp niet te doen! “We willen je pushen, anders is het geen bootcamp”, is het idee. En in plaats van dat je gaat denken dat je dom bent omdat je het niet af hebt of dat het niet werkt, is het gewoon zo dat elke stap er een is. Iedereen loopt tegen moeilijke en makkelijke onderdelen aan. De makkelijke onderdelen geven je even rust om wat schade in te halen van de moeilijke onderdelen. En uiteindelijk zal niemand van ons hier dommer van worden.

Het rare is, ik heb soms het gevoel dat ik enorm worstel, maar mijn worsteling zit in de details. Het conceptuele plaatje van data science zit al in mijn hoofd. Alle losse onderdelen tot nu toe (data, programmeren, wiskunde, statistiek, matrixrekening, data mining) heb ik ooit al geleerd en begrepen. De moeite zit ‘m bij mij in de syntax:”Hoe krijg ik het in Python nou precies aan de praat?”, concentratie en snelheid. Dat valt gelukkig te overzien en is een kwestie van tijd. Dat ik verder nooit het type zal worden wat hele diepgaande discussies kan hebben over causaliteit of het optimaliseren met gebruikmaking van een zoveelstegraads vergelijking neem ik maar voor lief. Ik hou ‘t wel op de praktijk.